95. Jeepee de Empee.

De baas zijn.

Chef.

Manager

Directeur.

Generaal.

Minister-president.

Allemaal niks voor deze jongen.

Deze gedachte heb ik al vele malen gehad, en toen ik van de week een ontmoeting had met de minister president (Jeepee de Empee), werd ze wederom bevestigd.

Het betrof een kort interview, waarin ik een aantal domme vragen stelde waarop de Jeepee de Empee korzelig reageerde.

Tot een persoonlijk gesprek is het god-zij-dank niet gekomen, want ik heb het gevoel dat behalve een voorliefde voor bier drinken we weinig gemeen zouden blijken te hebben.

Maar de Jeepee de Empee heeft helemaal geen tijd voor persoonlijke ontmoetingen, bleek uit het verloop van de hele avond.

Dat was al gelijk duidelijk toen de Jeepee de Empee  het gebouw binnenkwam, voorafgegaan door horde bewakers en omringd door voorlichters en persoonlijke assistenten (Pie Aai, zonder zo iemand ben je niemand).

Gelijk klonk er applaus en moest de Jeepee de Empee allerhande mensen de hand schudden en te woord staan.

Daarna werd de Jeepee de Empee door zijn entourage  naar een kamer gebracht, alwaar hij, naar verluidt, voetbal ging kijken.

Later kwam de Jeepee de Empee terug om een speech te geven (de wedstrijd was afgelopen).

Daarna kwamen weer allerlei mensen die zo nodig iets onnozels tegen de Jeepee de Empee moesten zeggen.

En toen moest de Jeepee de Empee alle aanwezige journalisten een voor een te woord staan.

Zijn Pie Aai regisseerde dit met strakke hand.

De journalisten waren trouwens gedurende de avond al vakkundig ingepakt door het uitdelen van bier en het offreren van nootjes en bitterballen.

Geïmponeerd stelden ze hun vraagjes en de Jeepee de Empee antwoordde in de van hem bekende hoekige stijl.

De Jeepee de Empee kreeg wel een biertje aangereikt, maar iedere keer dat de Jeepee de Empee een slok wilde nemen moest hij van zijn Pie Aai weer een of ander stuk journaille (tv, radio, kranten) te woord staan.

Toen ik de zaal verliet om 23.00 uur was dit cirus nog steeds aan de gang, de Jeepee de Empee keek tegen die tijd nogal chagerijnig.

De volgende ochtend heb ik heerlijk uitgeslapen, en toen ik de tv aanzette zat de Jeepee de Empee alweer op een Europese top in Brussel.

Omringd door bewakers, voorlichters een assistenten.

Zo te zien in met een ochtendhumeur.

94. Wanbetalers.

De kleine zelfstandige heeft het niet eenvoudig.

Het leven wordt hem zuur gemaakt door de belastingen (die hem enorme bedragen uit de zak kloppen, die vervolgens worden uitgegeven om werkschuw tuig een uitkering te verstrekken, ongewassen kunstenaars in staat te stellen in de kroeg te zitten, toneelspelers naakt op het toneel vunzigheden uit te slaan, enz.) en de alomaanwezige regelzucht van ambtenaren (als ze  de helft ontslaan merkt niemand dat en kunnen gelijk de belastingen omlaag).

Dan heb je nog de vakbonden die dit land kapot willen maken en de politiek die alleen hun eigen vriendjes willen bevoordelen.

Al hun inspanningen zijn erop gericht om het leven van de sappelende middenstander tot een hel te maken.

Maar het allerergst zijn wanbetalers.

Ik heb op dit moment zo'n geval.

Het betreft een zwaargesubsidieerde organisatie (miljoenen van de belastingbetalers worden er zinloos over balk gesmeten onder het mom van media, technologie en cultuur, maar niemand kan me duidelijk maken wat ze er precies doen), met veel vrienden in de wereld van politiek en  cultuur (de heersende klasse).

In het kader van de verkiezingen van 22 november 2007 heb ik daar op zeer professionele wijze een bonte avond gepresenteerd.

Met groot succes.

De organisatie heeft er goede sier mee gemaakt bij hun subsidiënten.

Maar denkt U dat ze het nietige bedrag dat ze mij in het vooruitzicht hebben gesteld hebben betaald?

Nee dus.

Ik heb er al meerdere malen om gevraagd, maar niks helpt.

Jammer dat ik geen vrienden heb bij een motorclub.

Of bij de penoze.

Ik moet het helemaal zelf opknappen.

Alleen tegen de rest van de wereld.

Zoals altijd.

Ik moet een list verzinnen.

Een actiegroep samen met andere gedupeerden (want er  moeten meer zijn ), uiterard onder mijn leiding.

Een demonstratie.

Een hongerstaking.

Zoiets.

En als dat echt niet lukt ga ik een ongehoord doortrapte haatcampagne  beginnen, waarin ik ze allemaal zwart ga maken, en ervoor zal zorgen dat losgekoppeld worden van het subsidie-infuus (Ik heb laatst al een bevriend politicus op de hoogte gebracht, hij vond het schandalig maar kon er, dat moest ik toch begrijpen, niks aan doen) en huilend op de knieen vallen.

Wraak.

93. Schuldgevoel.

Schuldgevoel is iets voor watjes.

Het zorgt er alleen maar voor dat je dingen nalaat omdat je denkt dat je er iemand mee benadeeld.

Zo kom je nergens.

Bereik je niks.

Denk je dat sigarettenfabrikanten last van schuldgevoel hebben?

Of producenten van wapens?

Politici?

Tuurlijk niet.

De zegetocht van het kapitalisme is slechts te danken aan het nietsontziende en allesvernietigende karakter ervan, en zonder een leger, politie en subtiele doch genadeloze onderdrukking en slinkse propaganda zou de democratie het ook niet lang maken.

Wat is eigenlijk het verschil met dictatuur?

Ik geloof dat ik nu een beetje door aan het draven ben.

Daar is een reden voor.

Ik heb vanavond een handeling verricht waardoor een jonge arme sloeber morgen een ongenadige uitbrander te wachten staat.

Lichamelijk geweld.

De bedelstaf.

Die arme jongen is de bezorger van mijn dagblad.

Hij is goedlachs, en spoed zich met gevaar voor eigen leven door weer en wind om, tegen een abominabele vergoeding, de krant te bezorgen.

En voor hem waarschijnlijk 10 anderen, want mijn indruk is dat de markt van krantenbezorgers wordt beheerst door een gewetenloze organisatie, die korte metten maken met degene die er de kantjes vanaf lopen.

Hedenavond heb ik om 18.45, toen de krant nog steeds niet bezorgd was, een telefonische klacht ingediend.

De vrouw die de telefoon aannam beloofde me met een zwoele stem dat ze over 2 uur de krant zouden nabezorgen.

Toen ik de hoorn neerlegde hoorde ik de brievenbus dichtslaan.

Ik ging  kijken, en inderdaad, de krant.

In mijn ooghoeken zag ik de krantenjongen energiek wegfietsen.

Terwijl de regen neersloeg en de dakpannen naar beneden waaiden.

Twee uur later kwam de nabezorgde krant.

Nu heb ik 2 kranten.

En een schuldgevoel.

Ik ben een watje.

92 Zeurende meisjes.

Meisjes kunnen heel goed zeuren, veel beter dan mannen.

Hedenmorgen, in een hippe koffie- en broodjeszaak, twee meisjes, ze zagen er leuk uit, maar keken wel heel chagerijnig en met veel kapsones om zich heen.

"Eerst was hij superleuk, en opeens was het over, Toen begon hij over allemaal wetenschappelijke dingen  te praten."

"Hij zag er wel leuk uit."

"Dat wel, maar opeens vond ik hem heel vervelend.'

"Dus?"

"Neen, nee, dat was gelijk voorbij. "

"Je moet niet meer met hem afspreken, anders zit je zo weer een half jaar aan hem vast, net zoals met die..."

"Olivier, oh, my god."

"Je moet er gewoon wat minder intelligente jongens gaan daten."

"weet je, het is gewoon irritant, dat dat weer gebeurt. "

91. Hummervrouwtje.

Het hummermannetje en het hummervrouwtje zaten in hun hummertje en reden op hoge snelheid over een smal dijkje met een slecht wegdekje .

Ze werden opgehouden door een langzaam fietsend haveloos oud mannetje dat kuilen probeerde te ontwijken .

Het hummermannetje drukte op zijn toetertje, en het oude mannetje reageerde met het in lucht steken van zijn verweerde handje, en het strekken van een door een leven van hard werken getekend vingertje.

Dit overkwam mij hedenmorgen op weg naar de supermarkt, waar mijn wekelijkse lijdensweg van het inkopen van leeftocht zou plaatsvinden(Ik haat shoppen).

Ik zag het hummertje voor het supermarktje stoppen en het hummervrouwtje stapte uit.

Heur haar zat inberispelijk in de lak en was pas geverfd, een soort roestkleur.

Ze had een ongezonde bruine kleur, te danken aan zonnebankbezoek.

Ze had make-up als masker, als je haar onder douche zou zetten zou er een totaal ander gezicht onder vandaan komen.

Ze droeg een lange leren jas afgezet met bont, een zwarte fluwelen broek en zwarte laarzen, allemaal afkomstig uit de pc hooft.

Aan haar vingers fonkelden diamanten en goud.

Ze was ongeveer 1.50 meter, keek zeer ongelukkig, en spurtte de supermarkt in.

Door een speling van het lot stond ze achter me toen ik moest afrekenen.

Ik heb nog nooit zo langzaam mijn boodschappen op de band gezet, nog nooit zo lang naar mijn pasje gezocht en nog nog zo lang met de kassiere geflirt.

Ik heb nog overwogen halverwege weg te lopen om nog een product te gaan zoeken dat ik zogenaamd vergeten was.

89. Bediening.

De amsterdamse horeca is berucht om zijn bediening, bestaande uit hooghartige ijskoninginnen, die meer aandacht besteden aan het lakken van hun nagels, het schilderen van hun gezicht, het zorgvuldig  in de war brengen van hun haar en het telefonisch mannen tot wanhoop brengen dan voor hun eigenlijke taak, namelijk de klant bedienen.

De klant is alleen maar een last, die moet genegeerd en zo snel mogelijk de deur uit.

In het terroriseren van de klant hebben is me de laatste tijd een nieuwe ontwikkeling opgevallen.

Allereerst wordt je natuurlijk een kwartier lang genegeerd en straal voorbij gelopen, en net als je jas wil pakken en weg gaan staat de bedieningsfeeks voor je en vraagt, op een toon alsof je net een ongewenste intitimiteit hebt voorgesteld, wat je wil bestellen.

Dan duurt het weer een hele tijd voordat die bestelling met een arrogante blik wordt geserveerd.

En nog voor je je kopje leeg hebt gedronken staat ze opeens weer aan je tafel en vraagt: "Wil je nog wat bestellen?" Met een oogopslag die eigenlijk maar een ding zegt: en nou betalen en oprotten.

Je moet vooral niet denken dat je rustig met je vriendinnetje een kopje koffie kan drinken.

Misschien komt het omdat mijn vriendin een kruising is tussen een supermodel, een kickbokskampioene en moeder Theresa, dat al die mutsen jaloers op haar zijn, want ik ben natuurlijk wel een geweldige gozer om verkering mee te hebben.

(Overigens speelt dit probleem niet als ik met mannen op cafe ga, zoals ze in Belgie zeggen, want zodra we binnenkomen flirten de meisjes van de bediening erop los en wordt er in hoog tempo bier en whisky in genomen. Dan speelt dit probleem weer bij barkeepers, die chagerijnig reageren en proberen je met wisselgeld te flessen)

88. Hondentoneel.

Dsc02308_3Toneel is een achterlijke kunstvorm, slechts geschikt als vermaak voor de volgevreten burgerij, en volledig achterhaald sinds de uitvinding van  film en  tv.

Ook zou het fileprobleem een stuk minder worden als al die theatermakers gewoon thuis zouden blijven en een respectabel beroep zouden uitoefenen in plaats van het hele land te doorkruisen om in de provincie voor een ongeinteresseerd abonnementenpubliek verveeld en met een arrogante blik hun kunstje te vertonen, alvorens allemaal terug te scheuren naar de Amsterdamse grachtengordel.

En al die schouwburgen en theaters kunnen dan ingericht worden om aan de werkelijke noden van het volk tegemoet te komen.

Voedselbanken.

Taallessen.

Volksliederen zingen.

Marcheren.

Exercitieoefeningen.

Ik noem maar wat.

Gedachten die bij me gisteren opkwamen na het bezoek aan een lunchvoorstelling over het leven van een hond (ook al zoiets decadents een lunchpauzevoorstelling, zouden ze dat in China of India ook hebben? Gewoon eten tijdens het werk, niks pauze, productie!).

Over hondenhaat zou ik een mooi essay kunnen schrijven, maar het onderwerp is de moeite niet waard.

Maar waarom ging je er dan heen, zult U zich afvragen.

Goeie vraag.

Verveling?

Decadentie?

zelfkwelling?

Dierenhaat?

Het antwoord gaat U niks aan.

87. Naaldhaknegers.

Tijdens de kerstdagen (een feest van walgelijke decadentie, waarbij het volk zich ongegeneerd volvreet en zuipt, en elkaar smakeloze en veel te dure onnodige cadeau's geeft) werd er een nieuw woord geboren.

Naaldhaknegers.

Het betreft hier mensen van afrikaanse origine, die balancerend op naaldhakken een trappenhuis in een achterbuurtwoning in onze hoofdstad op en af liepen, hier bij veel geluid producerend, zowel met hun voeten als hun mond (Stillettonaaldhaknegers: nog mooier, zeker als scrabblewoord. Hoogrendementsafvalverwerkingscentrale, een ander mooi scrabbelwoord, maar dit terzijde).

Ik voelde me gelijk een vuile racist toen ik dit woord uitsprak, en moest denken aan mijn makker Roy, die een stichting heeft die ijvert voor herstelbetalingen aan de nazaten van de slaven, verantwoordelijk is voor de afschaffing van de negerzoen, actie voert voor verwijdering  van het woord neger uit het woordenboek, en jaarlijks begin december protesteert tegen het verschijnsel Zwarte Piet.

Hulde voor Roy.

Ik wil nog een stap verder gaan.

Ik ben voor de totale afschaffing van zowel Sinterklaas als Kerstmis, feestdagen gebaseerd op primitieve xenofobe rituelen, waarbij de burgerij en de middenstand, beiden in de genadeloze greep van het internationale monopoliekapitaal zich overgeven aan een zinloze verspilling van geld en goederen, in een land waar nog voedselbanken bestaan en zwervers in lompen gehuld over straat lopen, terwijl in de rest van de wereld nog honger, oorlog, armoede, slavernij, uitbuiting en onderdrukking bestaat.

En dan de eenzamen, daar denkt ook niemand aan , die worden tijdens deze donkere dagen er nog eens extra op gewezen dat ze mislukkelingen zijn, maatschappelijke marginalen, losers, minder dan honden (honden en katten worden  met kerst walgelijk verwent).

En Nieuwjaar, ook opzouten er mee.

Miljarden nutteloos de lucht in.

Zinloos.

Zoals het hele leven trouwens.

Over band tusen carnaval (ook afschaffen) en het facisme volgende keer (Ik kan ook nog over vaderdag en moederdag beginnen, en pasen en pinksteren, respectievelijk primitieve heidense riten en blut und bodem feesten).

85. Expositie Kleuren in de Oceaan.

Dsc02556 Dsc02544 Dsc02543 Dsc02538 Dsc02536 Dsc02534 Dsc02549

Dsc02536_2 Dsc02539_1 Dsc02542_1 Dsc02545_3 Dsc02550 Dsc02551 Dsc02552 Dsc02553 Dsc02555

84. Zappa.

Z

"Zappa, de biografie", is het boek dat ik hedenavond bij de bibliotheek heb geleend.

Het definitieve levensverhaal van de religie-rebellerende, Republikeinen-hatende, kettingrokende, klassiek geschoolde componist en gitaarvirtuoos Frank Zappa, volgens de tekst op de achterkant.

Maar nu ik het boek voor me zie liggen vraag ik me af of ik deze uitgave wel moet gaan lezen.

Ik heb Zappa meerdere malen zien optreden.

Een  paar keer was hij briljant, een paar keer waardeloos, eenmaal bestond hij het een gitaarsolo van meer dan een uur te spelen,  de #$%&@** egotripper (maar wie ben ik om daar wat van te zeggen?).

Ik weet dat hij een eigenheimer was, een mensenhater en een eikel en alleen maar leefde voor zijn muziek.

Maar wil ik alle details van zijn leven weten?

Hoe hij gepest werd op school.

Misbruikt door docenten.

Mishandeld door de politie.

Hoe hij zich misdroeg tegen zijn vrouw.

Hoe hij zijn kinderen  verwaarloosde.

Hoe hij zijn muzikanten piepelde.

Hoe hij ruzie maakte met iedereen.

Wat moet ik met die kennis?

Zal mijn nieuwsgierigheid worden bevredigd?

Zal ik erdoor vermaakt worden?

Kan ik niet beter dat bandje van het legendarische liveoptreden in Ahoy nog eens opzetten?

Achterover leunen, luisteren en genieten.

Ik bedoel, vorige week had ik een biografie van Mao geleend, en na drie pagina's heb ik die terzijde gelegd (maar dat kwam ook omdat ik al die chinese namen en plaatsen door elkaar haalde).

En Mao was net zoals Zappa een dictator, een egoist, alleen in zichzelf geinteresseerd.

De foto bij dit stukje is van het enige standbeeld van Frank Zappa, dat staat in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen, een land vol met Catholic Girls (with a tiny little moustache).

Direct na de onafhankelijkheid, begin jaren 90 van de vorige eeuw, wist de lokale Zappa-fanclub het nieuwe bestuur zo gek te krijgen dat dit beeld kon worden gerealiseerd.

Op een onopvallende parkeerplaats net buiten het historische centrum.

Het is gemaakt door een beeldhouwer die zijn hele leven beelden van Lenin en andere helden van de Sowjet Unie heeft gemaakt, en dus een groot vakman was.

De onthulling van het beeld werd opgeluisterd door een optreden van de Politiefanfare van Vilnius, die jarenlang getraind was in spelen van de Internationale. Het is mij niet bekend welke muziek ze bij die gelegenheid ten gehore hebben gebracht, Chunga's Revenge wellicht?

Op die vraag geeft die biografie waarschijnlijk geen antwoord, want Vilnius heeft slechts een vermelding, namelijk dat Zappa ooit de burgemeester van die stad heeft ontmoet.

Tijdens een boottocht op de Donau.

Dat belooft niet veel goeds.

83. Eindelijk eenzaam.

Buiten is het hardstikke koud; de weermannen zeuren maar door over klimaatverandering, warmterecords en temperatuurstijging, maar volgens mij liegen ze;  ik liep vandaag rillend door de stad, verlangend naar wintertruien, mutsen, geitenwollensokken, oorwarmers, poolhandschoenen en jaegeronderbroeken.

Thuis is het lekker warm.

Leve de centrale verwarming.

Luiken dicht.

Geen gezeur.

Heerlijk.

Eindelijk eenzaam.

Ik  was van plan  een briljant  stuk te schrijven met citaten van grote denkers, filosofische overdenkingen, hilarische anekdotes  en geromantiseerde jeugdherinneringen, waarin ik voor eens en altijd het wereldmysterie zou ontrafelen.

Maar het lot is wreed, en mij nimmer gunstig gestemd.

Want een telefoontje van een vriend (hij zat met een veel jongere, aantrekkelijke, hyperintelligente en welgestelde vrouw van 1.90 meter in een Grieks restaurant in de provincie) herinnerde me eraan dat we vanavond  acte de presence dienen te geven op een feestavond met prijsuitreiking, die wordt gehouden in een deprimend gebouw dat zich bevindt in een buitenwijk van de stad die onguur bekend staat.

Niet dat we een prijs zullen krijgen, of ook maar enige rol van betekenis in de ceremonies die gaan plaatsvinden zullen spelen, maar afzondelijk zijn we al weken lang meerdere malen per dag opgebeld en onder zware psychologische druk gezet om te verschijnen.

Ze hebben ons dure toegangskaarten in veelkleurendruk toegezonden, we konden er zoveel krijgen als we maar wilden,  terwijl er door anderen om gevochten wordt en er op  de zwarte markt enorme bedragen voor worden geboden.

Blijf dan maar eens weg.

Mijn vriend zal zelf hoogstwaarschijnlijk laat op de avond binnen komen zwieren, in een waas van parfum, wiet en alcohol, zodat ik er grotendeels alleen voorsta in het volbrengen van de taken die mij gesteld zijn.

Namelijk het behartigen van (in de eerste plaats) mijn eigen  en (daarnaast) onze gezamelijke belangen.

En de weermannen voorspellen ook nog dat het straks ongenadig gaat regenen.

Weer een verloren avond voor de boeg.

Wat is eenzaamheid toch mooi.

82. De poorten van de hel.

My career is a downhill race.

Al tijden.

Maar:

Een man moet de huur betalen.

Eten.

Daarom:

Vechtend tegen de armoede, in een poging deurwaarders en curatoren buiten de deur te houden heb ik mijn  toevlucht genomen tot een ultieme stap.

Niks de artiest uithangen.

Weg met al die sterallures.

Niks mijn kop in beeld.

Geen naam op de aftiteling.

Geen pretenties.

Geen  naamsbekendheid.

Back to basics.

Dus:

Drie dagen per week stel ik een kort nieuwsrubriekje samen.

Ik sleep het nieuws voor de poorten van de hel weg.

Slijmen met voorlichters.

Zeuren tegen organisatoren van manifestaties.

Bellen, mailen, terugbellen, nogmaals bellen, tot ze leip van je worden.

Al je slechte eigenschappen uitleven.

Liegen.

Bedriegen.

De waarheid verdraaien.

Onbeschoft zijn.

Onaardig.

Gemeen.

Bikkelhard.

Zonder genade.

Alles voor het Nieuws.

Collega's worden hardhandig opzij geduwd en  meededogenloos dwarsgezeten.

Cameraploegen en fotografen wordt het leven zuur gemaakt.

Geen middel blijft onbeproefd.

En wordt gevochten om de beste plaatsen.

De mooiste quotes.

Daarmee kom ik weer op allerlei plaatsen waar een mens normaal nog niet dood gevonden zou willen worden.

Een zaal vol moslima's die klagen over onderdrukking door mannen.

BN-ers presenteren een boek met BN-ers, waarvan het geld naar een goed doel  gaat.

Politici die linten doorknippen.

Er worden prijzen uitgereikt.

Convenanten ondertekend.

Mooie voornemens geformuleerd.

Plannen afgekraakt.

Politieke stellingnames.

Nieuws.

Maar:

I Love it.

81. Het Appelbeignetseizoen

Dit is de tijd van het jaar dat de bladeren vallen.

De dagen worden steeds donkerder.

De weergoden keren zich tegen ons.

Regen, wind en bewolking.

9 zetels voor  g. wilders.

Tot  de na nieuwjaar is iedere hoop vervlogen.

Er is in deze periode slechts 1 lichtpuntje.

De Appelbeignet.

Let wel, ik heb het hier niet over de appelflap, dat is een laf  namaak gebakje met appel, hard deeg en suiker, dat je het hele jaar door kunt kopen (vooral bij slechte bakkers).

De Appelbeignet.

Met zijn heerlijke omhulsel.

Met zijn subtiele smaak.

Met zijn natuurlijke klasse en elegantie.

Een delicatesse.

Iets voor de echte fijnproever.

Alleen te verkrijgen aan het einde van het jaar.

Exclusief.

De Appelbeignet geeft het leven zin.

Zijn smaak is een verrukking.

Een haast religieuze beleving.

Vergeet drugs.

Vergeet Alcohol.

Sex is weer een ander verhaal, dat kun je er gewoon naast blijven doen.

Ik heb vorige week al een Appelbeignet gegeten, gekocht tijdens een uitstapje in de provincie.

Dat was een bedroevende ervaring, kraak nog smaak.

Een belediging voor mijn gedistingeerde smaakpapillen.

Toen ik hedenmorgen  langs de banketbakker van het jaar 2006 liep (uiteraard in  Amsterdam), waar immer verleidelijk geuren naar buiten komen, stapte  ik naar binnen, keek met wijd opengesperde ogen naar alle lekkernijen  terwijl mijn lichaam  kampte met bloeddrukverhoging en hartslagversnelling.

"Een Appelbeignet", stamelde ik met een wanhopige klank in mijn stem.

"Nou meneer, die hebben we pas na sinterklaas".

Daarna is het vandaag niet meer goedgekomen.

De dag was een zwart gat.

Het regende en stormde in mijn  hoofd.

Ik moet nog 12 dagen wachten.

Pas dan begint het Officieele Appelbeignetseizoen.

Hoe dit tijd door te komen zonder zwaar aan de drank of de drugs te gaan? 

Waarom doen de goden  mij dit aan?

Zijn het weer en de duisternis niet genoeg?

79. Leve de democratie.

Ze hebben me ingepakt met een etentje in een chic italiaans restaurant (waar ze derhalve geen pizza's verkopen), ze hebben  bier laten aanrukken (in een duister cafe met geweldige 70-ties muziek), wijn (bij het eten), of we nog aan de grappa zijn gegaan ben ik vergeten, en halfdronken (understatement), heb ik er in toegestemd om voor een grijpstuiver (die me belastingtechnisch trouwens goed uitkomt) een programma rondom de verkiezingen voor de tweede kamer presenteren (6% btwt-tarief, maar dit terzijde).

Voor degene die op die avond tv wil kijken en niets met de politiek heeft wordt het een zware dobber.

Op de publieke omroep, op de commercielen, op de lokale en regionale zenders, allemaal verkiezingsnieuws.

Peilingen.

Uitslagen.

Commentaren.

Debatten.

Gaap.

Ze vechten allemaal om de juiste gasten, iedere politicus die iets voorstelt wordt platgebeld om die avond in allerlei studio's teverschijnen.

Scheel van de stress scheuren ze door  de randstad, Nos naar Rtl en van Rijnmond naar Noordholland.

Gelukkig zullen ze vanaf 23 november weer een stuk minder op de buis te zien zijn.

Het programma dat ik ga presenteren is op een marginale zender (en op het internet) te zien, en we hebben  besloten dat geen politici gaan vragen, al helemaal geen  landelijke kopstukken (de mensen kunnen die koppen niet meer zien), maar dat we er een gezellige kermis van gaan maken, met nerds, whizzkids,  twee meter lange blonde vrouwen,  revolutionairen, azijnpissers, drinkende intellectuelen en veel commentaar op de collega's op de andere netten gegeven door doorgewinterde tv kijkers.

Maar geen stand up comedy, travestie of SM (hoewel dat wel goed zou zijn voor dce kijkcijfers).

Van te voren gaan we lekker eten (chinees of thais), we nemen een biertje erbij, wijn op tafel en na de uitzending een heftige after party, dit alles aftrekbaar van de belastingen, en de volgende ochtend heb ik wellicht een lichte kater.

Leve de democratie.

78. Stille.

Ik ben (naast al mijn andere talenten) een geweldig acteur (ik heb alleen geen talent voor zelfkritiek, maar je kunt ook niet alles hebben).

Dat heb ik vanavond weer eens bewezen.

Op redenen van gierigheid zat ik vanavond na afloop van een klus met een cameraman  in een rode auto, met daarop een sticker waarop "ontheffing" staat, chinees te eten uit een kartonnen doosje, terwijl we onderwijl van gedachten wisselden over het vrouwelijk geslacht.

Opeens bedachten we ons dat we zo verdacht veel op twee undercoveragenten leken, die op een missie waren.

De cameraman ging gelijk iemand bellen om dat mede te delen (een vrouw, dat spreekt).

Het toeval wilde dat de auto geparkeerd stond tegenover een louche uitziende coffeeshop, waarin een zich een groep gevaarlijk uitziende jongelui van ogenschijnlijk allochtone herkomst bevond.

Wij waren op dat moment trouwens ook allochtoon, want het was in een provincieplaats buiten Amsterdam (Magisch Centrum van de Kosmos).

Die jongelui keken verontrust naar onze auto, en begonnen zenuwachtig heen en weer te lopen.

Ik wierp enkele dreigende blikken naar het gezelschap, pakte mijn kladblok en maakte een aantekening (tomatenpuree kopen).

Ze begonnen tegen elkaar te roepen, en woeste armbewegingen te maken.

Ik stapte uit, en liep tergend langzaam richting de coffeeshop, met in mijn hand het afval van onze maaltijd, een plastic tas met kartonnetjes en lege frisdrankblikjes.

Ik keek strak richting de deur, en zette koers naar de afvalbak vlak daarnaast.

Een van de jongens liep naar de deur, draaide het bordje "gesloten" voor, het licht ging uit, en ze verdwenen allemaal in gestrekte draf via de achteruitgang.

Ik moet toch maar eens auditie gaan doen voor een rol als stille.

77. Heden ben ik dronken.

Dat klinkt goed.

Lijkt wel iets van een beroemde schrijver.

De titel van een roman.

Of een gedicht.

Een column.

Mij schoot deze mooie formulering te binnen toen ik hedenavond zat te kijken naar de film Factotum (op dvd), de zoveelste poging tot verfilming van het werk van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski, met Matt Damon in de rol van diens alter Ego Henry Chinasky.

Eigenlijk is het werk van Bukowski heel simpel.

De hoofdpersoon drinkt.

Hij moet overgeven.

Wordt ontslagen wegens dronkenschap.

Heeft hopeloze affaires met vrouwen.

Gokt op de paardenraces.

Drinkt.

Vecht.

Wil schrijver worden.

Schrijft.

Terwijl hij drinkt.

En daar ziek van wordt.

Enzovoort.

Waarom wordt dat werk steeds maar weer verfilmd?

Wat is de kracht ervan?

Dat Bukowski uiteindelijk er wereldberoemd mee werd?

Rijk?

De mooiste vrouwen kreeg?

Ik niet weten.

Ik heb die film gekeken met een fles cognac erbij.

En een paar biertjes.

Twee pakjes sigaretten.

Een bolknak.

Nootjes.

Om in de sfeer te komen.

Het te begrijpen.

Maar ik vat het niet.

Het leven van een alcoholist, is dat leuk?

Moeten we daar jaloers op zijn?

Of moeten we denken: Gelukkig dat ik niet zo ben.

Ik niet weten, want heden ben ik dronken.

Ik denk nog wel: die Bukowski, die dronk helemaal niet (of niet zoveel), en loog alles bij elkaar, want een verhaal van een loser verkoopt altijd.

Nu ga ik naar de nachtwinkel, meer drank kopen, meer sigaretten, en daarna ga ik een roman schrijven over een vuinisophaler met een verslaving en een tragisch liefdesleven (nee, niet autobiografisch).

Proost.

76. Buma/stemra: oplichters!

Het is een zware beschuldiging,  maar het is waar.

Ik schrijf dit gedreven door woede, als gevolg van de misdadige praktijken van deze malafide opganisatie.

De feiten:

Ieder radio of tv programma dat werken van componisten en tekstschrijvers uitzendt moet daarvoor aan de buma/stemra geld betalen.

Dat geld, die doekoe, zo beweren ze, wordt dan doorgezonden aan de schrijvers en tekstdichters die het nummer hebben gecomponeerd.

Dat is niet waar!

Dat is een leugen!

Ik weet het uit eigen ervaring.

Dat zit zo:

Ik heb in de afgelopen jaren 20 teksten geschreven voor het Amsterdamse rappercollectief RobZRepRevu (leo L. muziek en ondergetekende tekst en zang), en daar een aantal fantastische  videoclips bij gemaakt (met dank aan dancing girls Melek, Ozgur, Naoual, Claudia, Rosie, blastermaster Erik O. en cameramens Guido en anderen).

Ze zijn uitgezonden in Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Amsterdam en dorpen in de omgeving daarvan.

Op de tv.

De organisatie die verantwoordelijk is voor die uitzendingen betaalt geld aan de buma/stemra over de rechten.

De Buma/stemra zou dat geld naar mij moeten sturen (en naar Leo L.).

We zijn lid van die penozeorganisatie.

We betalen braaf onze contributie.

We hebben al verscheidenen keren gevraagd waar ons geld blijft.

Maar betalen: Ho maar.

En ik ben niet de enige, ik ken nog veel meer muzikanten die nog op hun centje wachten.

Wat doen ze met onze doekoe?

Dure kantoren inrichten waarschijnlijk.

Feestjes geven.

Glossy krantjes uitbrengen.

Het internationale monopoliekapitaal (de platenmaatschappijen)spekken.

De bureaucraat uithangen en zich verschuilen achter leugens en halve waarheden.

Waarom wordt daar niks tegen gedaan?

Dit is toch gewoon witte boorden criminaliteit.

75. Afspraak is afspraak

Het leven is een aaneenschakeling van narigheid, tegenslag en ellende.

Zeker in dit kloteland, waar de regen genadeloos tegen de ruiten slaat, de zon nimmer schijnt en de wind door de verlaten straten jaagt, terwijl de arme bevolking wordt uitgebuit door gewetenloze zakenlieden, malafide politici en religieuze windhandelaars.

Hoe is het toch zover gekomen dat we in dit land leven volgens een aantal volkswijsheden en gebruiken die iedere dag weer een beproeving maken?

Waarom denkt iedere Hollander:

Genoeg is genoeg.

Vol is vol.

Regels zijn regels.

En vooral:

Afspraak is afspraak.

Ons  hele armzalige leven wordt gedicteerd door de agenda.

Mijn vrienden, familie, zelfs mijn huidige vriendin, als ik ze wil zien moeten er agenda's getrokken worden, en kan er pas  dagen of weken later tijd worden vrijgemaakt.

En dan moet je er maar net zin in hebben.

Over de ellende die men werken noemt wil het hier niet eens hebben.

De afgelopen twee dagen waren anders.

Mijn agenda vertoonde vele lege plekken, en ik voorzag eenzaamheid, verveling en suicidale neigingen.

Maar in plaats daarvan heb de tijd doorgebracht met zuidamerikaanse kunstenaars en diplomaten, duitse en ijslandse boekenhandelaars, turkse journalistes en indonesische filmers.

Ik heb zo maar, geheel onverwacht, een hele leuke tijd gehad.

Onverwachte ontmoetingen, verrassende gesprekken, niks afstandelijkheid of cynisme.

Ik heb zelfs gelachen.

Want naast de harde Hollandse realiteit bestaat er een paralel universum, waarin mensen nog leven bij het moment, en zich laten regeren door het toeval.

En het toeval heeft zich nog nooit vergist.

Ik begrijp all die idioten  die wat tegen buitenlanders hebben herlemaal niet.

Die willen gewoon ongelukkig zijn.

74. Hockeymeisjesjazz.

In de jaren voor de tweede wereldoorlog, en trouwens ook nog wel daarna, werd jazzmuziek als iets verwerpelijks gezien.

Ook in kranten die nu als heel respectabel bekend staan en waarvan commentatoren en columnisten de zegeningen van de multiculturele samenleving met veel nuances voor het voetlicht  brengen, spraken recensenten over woeste negermuziek, gebracht door wildemannen met rollende ogen en voorzien van een expliciet sexuele lading, de nachtmerrie van de brave burgerman.

Waarom staan de Hoge Heren dit toe?

Wanneer grijpt het Boven Ons Gestelde Gezag in om het verval en de zedeloosheid die ongeremd om zich heen grijpen te stoppen?

Kunnen ze niet terug naar het oerwoud?

Jazz was subversief, bedreigend en deed de maatschappij op haar grondvesten schudden.

Die tijden zijn lang voorbij.

Door allerhande maatschappelijke ontwikkelingen  is Jazz nu juist heel burgertruttig.

Sterker nog, de Jazz is in handen van  hockeymeisjes  gevallen (Ik heb helemaal niks tegen hockeymeisjes, integendeel).

Het laatste Jazzoptreden dat ik heb bijgewoond was van een combo dat een borrel opluisterde bij een technologiebeurs in de Rai te Amsterdam (ik had op die beurs niks te zoeken, maar een vriend van me had me meegesleept, voor de gezelligheid, daarna werden we nog met een busje naar een duur hotel gereden, waar gratis eten en drinken was tot diep in de nacht).

De zakenmensen met smakeloze stropdassen stonden aan de bar te zuipen, te schreeuwen en te handelen, terwijl de in keurige pakken gestoken muzikanten het standaardrepertoire afwerkten (Fly me to the moon, the look of love, the girl from Ipanima, etc. U kent ze allemaal)

Ze hadden een zangeres, in een sjieke jurk, enigsinds gewaagd (maar uiteraard aan de nette kant), die tussen het zingen door met bekakte stem af- en aankondigingen deed.

Niemand luisterde.

Kent U de cd-s 'Aangenaam Jazz"?

Ik heb ze bestudeerd om meer inzicht in de hockeymeisjesjazz te verwerven.

Hier volgen de coclusies uit mijn onderzoek.

De Nederlandse Jazzzangeressen  komen allemaal uit gegoede burgermansfamilies, zijn geschoold op het conservatorium, betaald met de centjes van Pappie.

Ze zijn beschaafd.

Ze maken gepolijstte muziek.

Keurig gezongen.

Hardstikke braaf.

Nergens verontrustend.

Geen enkele sexuele lading.

Ze schreeuwen niet.

Ze rollen niet met hun ogen.

Geen oerwoudgeluiden.

Ze treden veel op voor het bedrijfsleden.

"Jazz ain't dead, it just smells funny" zei Frank Zappa ooit.

Hij bedoelde daarmee natuurlijk de geur van de hockeyvereniging.